De Vriendentraining

Wanneer en voor wie:

Cognitieve faalangst en sociale angst zijn veelvoorkomende vormen van angst bij kinderen. Deze angsten kunnen ervoor zorgen dat een kind niet alles uit zichzelf kan halen, blokkeert, minder positieve resultaten behaalt en zichzelf destructieve patronen van afweer aanleert. Wanneer preventief ingestoken wordt bij signalen van angst kan een kind goed leren hoe om te gaan met gevoelens van angst en zelf weer ‘aan het roer’ gaan staan. Wanneer angst, vaak onbewust, een rol speelt, leren kinderen zichzelf negatieve patronen aan in het omgaan ermee, waarvan zijzelf en/of andere kinderen veel last kunnen hebben.

Voorbeelden zijn; stil en teruggetrokken worden, weinig vriendjes hebben, slachtoffer worden van pesterijen, zelf pester worden, negatief leiderschap ontwikkelen, onderpresteren, dichtklappen bij een toets of spreekbeurt.

De Vriendentraining werkt het beste bij kinderen van 9 tot 12 jaar (groep 6, 7 en 8) Daarvóór is het reflectievermogen in de meeste gevallen nog niet voldoende ontwikkeld.

Soms blijkt er een duidelijke reden voor angst of onzekerheid, wanneer een kind zich ‘anders’ voelt dan de rest. Dit kan spelen wanneer er een bepaalde problematiek speelt ((neuro)psychologisch of bijvoorbeeld in de gezinssituatie). De training is in principe ongeschikt voor gediagnosticeerde kinderen. Vaak is er dan een ander aanbod wenselijk.

Vorm:

De Vriendentraining is een angstreductieprogramma (effidence based) van 10 bijeenkomsten met werkboek.

De Vriendentraining wordt gegeven in een groep van maximaal 8 kinderen.

Het contact met school en ouders is intensief gedurende de training. Er zijn minimaal drie oudercontacten: een kennismakingsgesprek waarin de doelen worden vastgesteld, een ouderbijeenkomst na ongeveer de vierde bijeenkomst, en een afsluitend gesprek na afloop van de training waarin de doelen worden geëvalueerd en waarin ik de ouders adviezen geef over verdere begeleiding van hun kind.

Ook met school wordt samengewerkt zodat ook de leerkracht kan zorgen voor integratie van hetgeen het kind heeft geleerd.

De kinderen leren op speelse wijze, door oefenen (ervaringsleren), opdrachten uit het werkboek, praten met elkaar (herkenning en leren van elkaars kwaliteiten)

De volgende onderdelen komen aan bod:

V:        voel gevoelens (het leren herkennen van lichaamssignalen en gevoelens)

R:        rust, en ontspan jezelf (ontspanningsoefeningen)

I:          ‘ik kan het’ (het maken van helpende gedachten)

E:        een plan van aanpak (een probleem in kleine stapjes opdelen)

N:        netjes gedaan, beloon jezelf (het positief aanspreken van jezelf)

D:        denk erom, doe je oefeningen (breng het geleerde in de praktijk)

EN:     en lach!

Doel:

De kinderen leren de patronen in het denken-voelen- en doen die niet (meer) constructief zijn en eigenlijk heel negatief voor ze uitwerken, te herkennen. Vervolgens leren zij deze patronen zelf te besturen. Wanneer je andere (helpende) gedachten leert maken in een voor jou lastige situatie, dan voel je je anders (meer ontspannen of zelfverzekerder) en dan kun je gemakkelijker en bewuster zelf kiezen hoe te handelen in de betreffende situatie.

Wanneer kinderen hierin succeservaringen gaan boeken, neemt het zelfvertrouwen en de zelfwaardering toe waardoor betere resultaten worden behaald (op cognitief en/of sociaal gebied).

Kosten:

Na overleg met de opdrachtgever wordt een offerte opgesteld. De kosten zijn onder andere afhankelijk van de groepsgrootte.